Overzicht
Nederlands naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. klad:
  2. kladden:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor klad (Nederlands) in het Zweeds

klad:

klad [de ~] zelfstandig naamwoord

  1. de klad (proefversie; kladwerk)
    plan; koncept
    • plan [-ett] zelfstandig naamwoord
    • koncept [-ett] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor klad:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
koncept klad; kladwerk; proefversie
plan klad; kladwerk; proefversie etage; plan; project; sportvelden; toeleg; verdieping; woonlaag
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
plan mol

Verwante woorden van "klad":


klad vorm van kladden:

kladden werkwoord (klad, kladt, kladde, kladden, geklad)

  1. kladden (kalken)
    klottra; rita krumelurer
    • klottra werkwoord (klottrar, klottrade, klottrat)
    • rita krumelurer werkwoord (ritar krumelurer, ritade krumelurer, ritat krumelurer)
  2. kladden (morsen; knoeien; vlekken)
    spilla; fläcka
    • spilla werkwoord (spiller, spillde, spillt)
    • fläcka werkwoord (fläckar, fläckade, fläckat)

Conjugations for kladden:

o.t.t.
  1. klad
  2. kladt
  3. kladt
  4. kladden
  5. kladden
  6. kladden
o.v.t.
  1. kladde
  2. kladde
  3. kladde
  4. kladden
  5. kladden
  6. kladden
v.t.t.
  1. heb geklad
  2. hebt geklad
  3. heeft geklad
  4. hebben geklad
  5. hebben geklad
  6. hebben geklad
v.v.t.
  1. had geklad
  2. had geklad
  3. had geklad
  4. hadden geklad
  5. hadden geklad
  6. hadden geklad
o.t.t.t.
  1. zal kladden
  2. zult kladden
  3. zal kladden
  4. zullen kladden
  5. zullen kladden
  6. zullen kladden
o.v.t.t.
  1. zou kladden
  2. zou kladden
  3. zou kladden
  4. zouden kladden
  5. zouden kladden
  6. zouden kladden
en verder
  1. is geklad
diversen
  1. klad!
  2. kladt!
  3. geklad
  4. kladdend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Vertaal Matrix voor kladden:

WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
fläcka kladden; knoeien; morsen; vlekken aantasten; beitsen; bevlekken; bezoedelen; dof maken; een smet werpen op; eer door het slijk halen; ontluisteren
klottra kalken; kladden kalken; krabbelen; pennen; schrijven
rita krumelurer kalken; kladden
spilla kladden; knoeien; morsen; vlekken afgeven; bevlekken; smetten; vergieten; vlekken

Verwante woorden van "kladden":