Overzicht
Nederlands naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. nodeloos:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor nodeloos (Nederlands) in het Zweeds

nodeloos:

nodeloos bijvoeglijk naamwoord

  1. nodeloos (overbodig; onnodig)
    onödigt; överflödigt; onödig; onödvändigt; onödvändig

Vertaal Matrix voor nodeloos:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
överflödigt overvloeden
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
onödig nodeloos; onnodig; overbodig overtollig
onödigt nodeloos; onnodig; overbodig nutteloos; onzinnig; overtollig; zinloos
onödvändig nodeloos; onnodig; overbodig
onödvändigt nodeloos; onnodig; overbodig
överflödigt nodeloos; onnodig; overbodig boventallig; buitengewoon; buitenissig; buitensporig; extravagant; overcompleet; overdadig; overdreven; overtollig