Overzicht
Nederlands naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. takje:
  2. tak:
  3. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor takje (Nederlands) in het Zweeds

takje:

takje [het ~] zelfstandig naamwoord

  1. het takje (twijg; loot)
    gren; kvist; spö; ättling
    • gren zelfstandig naamwoord
    • kvist [-en] zelfstandig naamwoord
    • spö [-ett] zelfstandig naamwoord
    • ättling [-en] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor takje:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
gren loot; takje; twijg deelsoort; sectie; steun; steunpilaar; tak; toeverlaat; vakgroep; vertakking; zijtak
kvist loot; takje; twijg
spö loot; takje; twijg karwats; oeverriet; riet; rietstengel; rotan; zweep
ättling loot; takje; twijg afstammeling; nakomeling; telg

Verwante woorden van "takje":


Wiktionary: takje


Cross Translation:
FromToVia
takje kvist; pinne; gren stick — twig or small branch

takje vorm van tak:

tak [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord

  1. de tak (afdeling; departement; detachement; sectie)
    avdelning; sektion
  2. de tak (boomtak; ent)
    trädgren; lövruska
  3. de tak (deelsoort)
    gren
    • gren zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor tak:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
avdelning afdeling; departement; detachement; sectie; tak afdeling; afschotten; afschutten; ambtsgebied; bestuursgebied; bestuursregio; brigade; departement; divisie; sectie; vakje; verdeling
gren deelsoort; tak loot; sectie; steun; steunpilaar; takje; toeverlaat; twijg; vakgroep; vertakking; zijtak
lövruska boomtak; ent; tak
sektion afdeling; departement; detachement; sectie; tak bestuursregio; departement; doorsnee; sectie; segment
trädgren boomtak; ent; tak

Verwante woorden van "tak":


Verwante definities voor "tak":

  1. deel van boom of struik dat zich afsplitst van de stam1
    • dode takken vallen uit de boom1
  2. onderdeel dat zich afsplitst1
    • tennis is een tak van sport1

Wiktionary: tak


Cross Translation:
FromToVia
tak trädgren bough — tree branch
tak gren branch — woody part of a tree arising from the trunk and usually dividing
tak kvist; pinne; gren stick — twig or small branch
tak sektion; gren; kvist branche — Traductions à trier suivant le sens
tak fack; yrke; bondgård; gård; säteri domaine — Propriété d’une assez vaste étendue et contenant des biens-fonds de diverse nature. (Sens général)
tak fack; yrke spécialitécaractère de ce qui est spécial.