Overzicht
Zweeds naar Duits:   Meer gegevens...
  1. pensionär:
  2. Wiktionary:
Duits naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. Pensionär:


Zweeds

Uitgebreide vertaling voor pensionär (Zweeds) in het Duits

pensionär:

pensionär [-en] zelfstandig naamwoord

  1. pensionär
    der Rentner
    • Rentner [der ~] zelfstandig naamwoord
  2. pensionär
    der Ältere; der Senior; die Rentner
    • Ältere [der ~] zelfstandig naamwoord
    • Senior [der ~] zelfstandig naamwoord
    • Rentner [die ~] zelfstandig naamwoord
  3. pensionär

Vertaal Matrix voor pensionär:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
Rentner pensionär
Senior pensionär nestor; senior; äldre partner; äldsta; ålderman
Ältere pensionär gamla; senior; äldre; äldre människor; äldsta
OverVerwante vertalingenAndere vertalingen
Altersrentner pensionär

Wiktionary: pensionär

pensionär
noun
  1. veraltend: jemand, der von regelmäßigen Zahlungen aus angelegtem Kapital (Renten2) lebt

Cross Translation:
FromToVia
pensionär Rentner; Rentnerin pensioner — someone who lives on a pension



Duits

Uitgebreide vertaling voor pensionär (Duits) in het Zweeds

Pensionär:

Pensionär [der ~] zelfstandig naamwoord

  1. der Pensionär (Privatmann)

Vertaal Matrix voor Pensionär:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
ekonomiskt oberoende person Pensionär; Privatmann

Synoniemen voor "Pensionär":