Overzicht
Zweeds naar Duits:   Meer gegevens...
  1. rispa:
  2. Wiktionary:


Zweeds

Uitgebreide vertaling voor rispa (Zweeds) in het Duits

rispa:

rispa [-en] zelfstandig naamwoord

  1. rispa (skrapa)
    der Kratzer; die Schramme
    • Kratzer [der ~] zelfstandig naamwoord
    • Schramme [die ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor rispa:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
Kratzer rispa; skrapa klottrare; krafsare; litet skrubbsår; penndrag; skrapare; spatel; streck
Schramme rispa; skrapa litet skrubbsår

Synoniemen voor "rispa":


Wiktionary: rispa

rispa
noun
  1. kleine bis mittelgroße Wunde oder Beschädigung, die durch bewegte Berührung mit einem spitzen Gegenstand hervorgerufen wurde