Overzicht
Zweeds naar Duits:   Meer gegevens...
  1. svit:
  2. Wiktionary:


Zweeds

Uitgebreide vertaling voor svit (Zweeds) in het Duits

svit:

svit [-en] zelfstandig naamwoord

  1. svit (hotellsvit)
    die Suite; die Hotelsuite
    • Suite [die ~] zelfstandig naamwoord
    • Hotelsuite [die ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor svit:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
Hotelsuite hotellsvit; svit
Suite hotellsvit; svit följe; grupp; mottagningsrum; programsvit; sällskapsrum

Synoniemen voor "svit":


Wiktionary: svit

svit
noun
  1. geradliniger Verlauf von etwas
  2. Wohneinheit mit mindestens zwei Zimmern im Hotel

Cross Translation:
FromToVia
svit Komplikation complication — a disease
svit Serie series — a number of things that follow on one after the other
svit Farbe suit — card games: set of cards distinguished by color and emblems