Zweeds

Uitgebreide vertaling voor tåg (Zweeds) in het Duits

tag:

tag zelfstandig naamwoord

  1. tag (stund)
    die Weile
    • Weile [die ~] zelfstandig naamwoord
  2. tag (drag; ryckning)
    Anziehen; Strackziehen; der Ruck

Vertaal Matrix voor tag:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
Anziehen drag; ryckning; tag acceleration; drag; fast skruvande; klädsel; ned skruvande; ryck
Ruck drag; ryckning; tag drag; ryck; skakning
Strackziehen drag; ryckning; tag
Weile stund; tag

Synoniemen voor "tag":


Wiktionary: tag

tag
noun
  1. ein Anhänger, Zettel, Anhängsel; (umgangssprachlich) gebraucht für sichtbare Zeichen zur Datenstrukturierung und/oder Textstrukturierung

Cross Translation:
FromToVia
tag Schlag stroke — rowing: movement of an oar or paddle through water
tag Schlag; Zug stroke — particular style of swimming
tag nehmen; greifen take — to grab with the hands
tag nehmen take — to get into one's possession
tag Weile; Weilchen; Zeitspanne while — uncertain duration of time, a period of time

tåg:

tåg [-ett] zelfstandig naamwoord

  1. tåg
    der Zug
    • Zug [der ~] zelfstandig naamwoord
  2. tåg
    die Zuggarnitur
  3. tåg
    Zugabteil
  4. tåg (släptåg)
    der Zug; die Schleppe; der Troß; der Schleppzug; Schleppnetz; Gefolge
    • Zug [der ~] zelfstandig naamwoord
    • Schleppe [die ~] zelfstandig naamwoord
    • Troß [der ~] zelfstandig naamwoord
    • Schleppzug [der ~] zelfstandig naamwoord
    • Schleppnetz [das ~] zelfstandig naamwoord
    • Gefolge [das ~] zelfstandig naamwoord
  5. tåg (tross; kabel; kätting)
    Kabel; Schiffskabel
  6. tåg (procession)
    die Prozession; die Pracht; die Feier; die Feierlichkeit; die Festlichkeit

Vertaal Matrix voor tåg:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
Feier procession; tåg bröllopsdag; ceremoni; demonstration; fest; festlighet; firande; party; rit; show; spektakel; uppvisning; årsdag
Feierlichkeit procession; tåg ceremoni; demonstration; fest; festlighet; firande; party; rit; show; spektakel; ståtlighet; uppvisning; visa respekt
Festlichkeit procession; tåg bjudning; ceremoni; demonstration; fest; festlighet; firande; kalas; party; rit; show; skiva; spektakel; uppvisning
Gefolge släptåg; tåg efterdyningar; efterverkningar; hov; kungligt hushåll
Kabel kabel; kätting; tross; tåg kabel; ledning; wire
Pracht procession; tåg ceremoni; effektfullhet; eftertryck; förmögenhet; gripande allvar; kraft; lyx; pompa; prakt; rikedom; rit; skönhet; ståt; verkningsfullhet; överdåd; överflöd
Prozession procession; tåg ceremoni; festtåg; följe; förbindelse; gemenskap; kortege; procession; rit; umgänge
Schiffskabel kabel; kätting; tross; tåg
Schleppe släptåg; tåg
Schleppnetz släptåg; tåg dragnät; släpnät
Schleppzug släptåg; tåg
Troß släptåg; tåg hov; härtåg; kungligt hushåll
Zug släptåg; tåg fatöl; luftutsugning; penndrag; schackdrag; streck; sugkraft; tappning
Zugabteil tåg
Zuggarnitur tåg

Synoniemen voor "tåg":


Wiktionary: tåg

tåg
noun
  1. mehrere hintereinander gekoppelte Fahrzeuge (speziell auf Schienen)
  2. geordneter Marsch von Menschen, die eventuell auch von Fahrzeugen begleitet werden
  3. starkes Schiffsseil aus Hanf oder Stahldraht
  4. aus miteinander verdrillen Faden, Draht oder Ähnlichem bestehendes Gebilde
  5. der Umzug durch eine Stadt oder eine Gemeinde anlässlich eines großen Festes

Cross Translation:
FromToVia
tåg Parade march — political rally or parade
tåg Zug; Eisenbahn train — line of connected cars or carriages
tåg Zug train — ferro|fr convoi ferroviaire constitué d’au moins une locomotive et de wagons. note S’emploie, plus rarement, en astronautique et dans les transports routiers.

Computer vertaling door derden:

Verwante vertalingen van tåg



Duits

Uitgebreide vertaling voor tåg (Duits) in het Zweeds

Tag:

Tag bijvoeglijk naamwoord

  1. Tag (Tschüß; Tschüßßi)
    vi ses
    • vi ses bijvoeglijk naamwoord

Tag [der ~] zelfstandig naamwoord

  1. der Tag

Tag

  1. Tag (Notiztag)
    märke; etikett; tagg; anteckningsmärke
  2. Tag
    tagg
    • tagg [-en] zelfstandig naamwoord
  3. Tag

Vertaal Matrix voor Tag:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
dygn Etmal; vierundzwanzig Stunden
etikett Notiztag; Tag Anstand; Anständigkeit; Aufkleber; Beschriftung; Bezeichnung; Etikett; Höflichkeit; Korrektheit; Label; Plakatkleber; Schicklichkeit; Sittsamkeit; Sticker
märke Notiztag; Tag Abzeichen; Beule; Delle; Eindruck; Eindrücke; Einsenkung; Einstülpung; Fabrikmarke; Gütezeichen; Handelsmarke; Handelszeichen; Kniff; Logo; Marke; Markenzeichen; RFID-Transponder; Schlaufe; Schleife; Schlinge; Schutzmarke; Verbeulung; Warenzeichen; Zeichen; Zickzackkurve
tagg Notiztag; Tag Dornen; Markierung; Stachel
tidsålder Zeit; Zeitabschnitt; Zeitalter; Zeitraum
Not SpecifiedVerwante vertalingenAndere vertalingen
anteckningsmärke Notiztag; Tag
märkning Tag
OverVerwante vertalingenAndere vertalingen
dag Tag
dygn Tag
tidsålder Tag
- Tschüs; Tschüß
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
vi ses Tag; Tschüß; Tschüßßi

Synoniemen voor "Tag":


Wiktionary: Tag

Tag
noun
  1. ein Anhänger, Zettel, Anhängsel; (umgangssprachlich) gebraucht für sichtbare Zeichen zur Datenstrukturierung und/oder Textstrukturierung
  2. Zeitraum zwischen Morgendämmerung und Sonnenuntergang

Cross Translation:
FromToVia
Tag dag; dygn day — period of 24 hours
Tag dygn; dag day — period from midnight to the following midnight
Tag dygn day — rotational period of a planet
Tag dag day — part of a day period which one spends at one’s job, school, etc.
Tag dag day — period between sunrise and sunset
Tag tagg tag — type of graffiti
Tag tagg tag — element of markup language
Tag dygn etmaal — een tijdseenheid bestaande uit 24 uren
Tag diet diète — polit|fr Nom traditionnellement donné à un certain nombre d’assemblées et de parlements (cf. Diète).
Tag dag jour — Période de vingt-quatre heures

Computer vertaling door derden:

Verwante vertalingen van tåg