Overzicht
Zweeds naar Duits:   Meer gegevens...
  1. hack:
  2. häck:
  3. Wiktionary:
Duits naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. häck:
    Het woord häck is bekend in onze database, echter hebben wij hiervoor nog geen vertaling van duits naar zweeds.


Zweeds

Uitgebreide vertaling voor häck (Zweeds) in het Duits

hack:

hack [-ett] zelfstandig naamwoord

  1. hack (skåra; repa)
    die Kerbung; der Einschnitt; die Kerbe; die Einkerbung
  2. hack (jack; skåra)
    die Kerben; die Einkerbungen; der Einschnitte
  3. hack (jack; skåra; inskärning)
    der Fink
    • Fink [der ~] zelfstandig naamwoord
  4. hack (skåra; inskärning)
    die Kerbung; die Kerbe; die Einkerbung
    • Kerbung [die ~] zelfstandig naamwoord
    • Kerbe [die ~] zelfstandig naamwoord
    • Einkerbung [die ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor hack:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
Einkerbung hack; inskärning; repa; skåra inskuren; karvande
Einkerbungen hack; jack; skåra
Einschnitt hack; repa; skåra avskiljande; avsöndring; brandgata; brandmur; brandsäker vägg; fåra; hål; hålighet; inskuren; inskärning; klyvning; landningsbana; penndrag; räffla; ränna; skreva; skärsår; springe; streck; sår; uppdelning; urringning; vrå
Einschnitte hack; jack; skåra
Fink hack; inskärning; jack; skåra
Kerbe hack; inskärning; repa; skåra hål; hålighet; inskuren; klyvning; skreva; springe; urringning; vrå
Kerben hack; jack; skåra karva
Kerbung hack; inskärning; repa; skåra
OverVerwante vertalingenAndere vertalingen
Fink fink

Wiktionary: hack

hack
noun
  1. eine keilförmige Vertiefung
  2. eine keilförmige Vertiefung

häck:

häck [-en] zelfstandig naamwoord

  1. häck
    die Hürde; Hindernis
    • Hürde [die ~] zelfstandig naamwoord
    • Hindernis [das ~] zelfstandig naamwoord
  2. häck
    die Zäune
    • Zäune [die ~] zelfstandig naamwoord
  3. häck (rad av buskar eller träd)
    der Hag; der Hecke; der Zaun; der Liguster; Spalier
    • Hag [der ~] zelfstandig naamwoord
    • Hecke [der ~] zelfstandig naamwoord
    • Zaun [der ~] zelfstandig naamwoord
    • Liguster [der ~] zelfstandig naamwoord
    • Spalier [das ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor häck:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
Hag häck; rad av buskar eller träd
Hecke häck; rad av buskar eller träd
Hindernis häck barriär; förhinder; hinder; spärr hinder; stötesten
Hürde häck barriär; hinder; spärr hinder; stötesten
Liguster häck; rad av buskar eller träd
Spalier häck; rad av buskar eller träd ställ; ställning
Zaun häck; rad av buskar eller träd gallerverk; spaljé; staket; stängsel
Zäune häck

Synoniemen voor "häck":


Wiktionary: häck

häck
noun
  1. norddeutsch: eine Hecke oder ein mit einer Hecke bewachsener niedriger Erdwall zwischen Feldern
  2. veraltet: tragbare Einzäunung, zum Beispiel für Schafe
  3. Sport, Plural, kurz für: Hürdenlauf
  4. Sport, Leichtathletik: 76,20 bis 106,68 cm hohes Hindernis, das in bestimmten Abständen (ungefähr 8,50 bis 35 m) auf der Laufstrecke steht und vom Läufer überwunden werden muss, ohne dass es umfällt
  5. gewachsene Umzäunung
  6. Aufwuchs dicht beieinander stehender und stark verzweigter Sträucher oder Büsche
  7. umgangssprachlich, vulgär: für Hinterteil, Po, Gesäß

Cross Translation:
FromToVia
häck Hecke hedge — thicket of bushes planted in a row

Verwante vertalingen van häck



Duits

Uitgebreide vertaling voor häck (Duits) in het Zweeds

Hack:


Synoniemen voor "Hack":