Overzicht
Zweeds naar Engels:   Meer gegevens...
  1. timmer:
  2. Wiktionary:


Zweeds

Uitgebreide vertaling voor timmer (Zweeds) in het Engels

timmer:

timmer [-ett] zelfstandig naamwoord

  1. timmer (ved)
    the timber; the wood; the timbre
    • timber [the ~] zelfstandig naamwoord, Amerikaans
    • wood [the ~] zelfstandig naamwoord
    • timbre [the ~] zelfstandig naamwoord, Brits
  2. timmer (trävaror)
    the timber; the timbre
    • timber [the ~] zelfstandig naamwoord, Amerikaans
    • timbre [the ~] zelfstandig naamwoord, Brits

timmer bijvoeglijk naamwoord

  1. timmer
    wood-like; timber; wooden; timbre
    • wood-like bijvoeglijk naamwoord
    • timber bijvoeglijk naamwoord, Amerikaans
    • wooden bijvoeglijk naamwoord
    • timbre bijvoeglijk naamwoord, Brits

Vertaal Matrix voor timmer:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
timber timmer; trävaror; ved färg; färgsättning; intonation; klang; ljud; ringklocka; timbre; ton; tonhöjd; tonsäkerhet
timbre timmer; trävaror; ved färg; färgsättning; intonation; klang; ljud; ringklocka; timbre; ton; tonhöjd; tonsäkerhet
wood timmer; ved
Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
wooden timmer av trä; kjord av timmer; klumpigt; ohanterlig; ohanterligt; rigit; stel; stram; stramt; styvt; svårhanterlig
OverVerwante vertalingenAndere vertalingen
timber klangfärg; trävirke; virke
timbre klangfärg; trävirke; virke
wood trä; trävirke; virke
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
timber timmer av trä; kjord av timmer
timbre timmer av trä; kjord av timmer
wood-like timmer

Synoniemen voor "timmer":


Wiktionary: timmer

timmer
noun
  1. wood that has been cut ready for construction
  1. warning shout used by loggers

Verwante vertalingen van timmer