Overzicht
Zweeds naar Engels:   Meer gegevens...
  1. trassel:
  2. Wiktionary:


Zweeds

Uitgebreide vertaling voor trassel (Zweeds) in het Engels

trassel:

trassel [-ett] zelfstandig naamwoord

  1. trassel (röra; strul; sammelsurium)
    the mess up
    • mess up [the ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor trassel:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
mess up röra; sammelsurium; strul; trassel
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
mess up förstöra; misslyckas; röra till; smutsa ner; ställa till; stöka till; trassla

Synoniemen voor "trassel":


Wiktionary: trassel

trassel
noun
  1. tangled twisted mass
  2. complicated or confused state or condition