Overzicht


Zweeds

Uitgebreide vertaling voor tvär (Zweeds) in het Spaans

tvär:

tvär bijvoeglijk naamwoord

  1. tvär (plump; tvärt; plumpt; burdust)
    lerdo; burdo
    • lerdo bijvoeglijk naamwoord
    • burdo bijvoeglijk naamwoord
  2. tvär (vresig; tvärt; vresigt; surmulet)
    hosco
    • hosco bijvoeglijk naamwoord

Vertaal Matrix voor tvär:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
lerdo fiasko; odugling
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
burdo burdust; plump; plumpt; tvär; tvärt banalt; grov; grovt; knubbigt; kraftig; kraftigt; kraftigt byggd; krass; krasst; obscent; plump; plumpt; robust; snuskig; snuskigt; stadigt; tung; tungt; under bältet
hosco surmulet; tvär; tvärt; vresig; vresigt butter; buttert; envis; klagande; knarrigt; obstinat; på dåligt humör; rakbladsvass; rakbladsvasst; stelnad; styvsint; vresig; vresigt
lerdo burdust; plump; plumpt; tvär; tvärt förslöat; försoffad; försoffat; knubbigt; lojt; plump; plumpt; slappt; slö; slött; sölig; söligt; tung; tungt

Synoniemen voor "tvär":


Wiktionary: tvär


Cross Translation:
FromToVia
tvär rudo; adusto; ruda; adusta; arisca; arisco; brusco; malhumorado; brusca; malhumorada harschSprache, Handlung: rau, barsch, unwirsch
tvär escarpado; acantilado; brusco; desabrido; abrupto abrupt — Dont la pente est escarpée et comme rompre.

Verwante vertalingen van tvär