Overzicht
Zweeds naar Frans:   Meer gegevens...
  1. regn:
  2. regn-:
  3. Wiktionary:


Zweeds

Uitgebreide vertaling voor regn (Zweeds) in het Frans

regn:

regn [-ett] zelfstandig naamwoord

  1. regn
    la pluie; l'avalanche; l'averse
    • pluie [la ~] zelfstandig naamwoord
    • avalanche [la ~] zelfstandig naamwoord
    • averse [la ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor regn:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
avalanche regn lavin
averse regn dusch; hällregn; regnbäck; regnskur; skur; störtskur
pluie regn

Synoniemen voor "regn":


Wiktionary: regn

regn
noun
  1. ensemble de gouttes d’eau dues à la condensation de la vapeur d’eau de l'atmosphère, qui tombent du ciel sur la terre.

Cross Translation:
FromToVia
regn pleuvoir regenen — het vallen van neerslag in de vorm van waterdruppels
regn pluie Regen — Niederschlag vom Himmel in Form von Wassertropfen
regn pluie rain — condensed water from a cloud
regn précipitations rainfall — amount of rain that falls on a single occasion

regn-:

regn- bijvoeglijk naamwoord

  1. regn- (regningt)
    changeant; pluvieux

Vertaal Matrix voor regn-:

BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
changeant regn-; regningt flyktig; flyktigt; föränderlig; föränderligt; instabilt; inte uppklarad; inte uppklarat; oberäknelig; oberäkneligt; obeständigt; ombytligt; ostadig; ostadigt; variabel; variabelt; växlande; växlandet
pluvieux regn-; regningt fuktigt; regning; regningt; våt

Verwante vertalingen van regn