Overzicht
Zweeds naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. bruk:
  2. Wiktionary:


Zweeds

Uitgebreide vertaling voor bruk (Zweeds) in het Nederlands

bruk:

bruk [-ett] zelfstandig naamwoord

  1. bruk (användning; utövande)
    het gebruik; de aanwending; de behandeling; de hantering
  2. bruk (användning)
    het taalgebruik

Vertaal Matrix voor bruk:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
aanwending användning; bruk; utövande användning; tillämpning
behandeling användning; bruk; utövande behandlande; terapi
gebruik användning; bruk; utövande användning; förbrukning; sed; tillämpning; vana
hantering användning; bruk; utövande
taalgebruik användning; bruk språkanvändning

Synoniemen voor "bruk":


Wiktionary: bruk


Cross Translation:
FromToVia
bruk fabriek mill — manufacturing plant
bruk gewoonte Brauch — übliche oder traditionelle Verhaltensweise in einer Gesellschaft
bruk gebruik Gebrauchzumeist im Plural stehend: Gepflogenheit; etwas, das man aus Tradition macht
bruk gebruik Gebrauch — Verwendung, Anwendung, Einsatz
bruk gebruik; genot; beroep; regres; appel recoursaction par laquelle on rechercher de l’assistance, du secours.