Overzicht
Zweeds naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. bänk:
  2. Wiktionary:


Zweeds

Uitgebreide vertaling voor bänk (Zweeds) in het Nederlands

bänk:

bänk [-en] zelfstandig naamwoord

  1. bänk (sittplats)
    de zitplaats; de bank; de zitbank
    • zitplaats [de ~] zelfstandig naamwoord
    • bank [de ~] zelfstandig naamwoord
    • zitbank [de ~] zelfstandig naamwoord
  2. bänk (sittplats)
    de zetel; de zitplaats
    • zetel [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
    • zitplaats [de ~] zelfstandig naamwoord
  3. bänk (skrivbord; arbetsplats; arbetsbord)
    het bureau; de schrijftafel; de lessenaar; het schrijfbureau
  4. bänk (skolbänk)
    de schoolbank
  5. bänk (skolbänk)
    de lessenaar; schooltafel

Vertaal Matrix voor bänk:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
bank bänk; sittplats bank; bankbyggnad; handelsbanken; sittbänk; slaf; soffa
bureau arbetsbord; arbetsplats; bänk; skrivbord sekretär; ämbetsverk
lessenaar arbetsbord; arbetsplats; bänk; skolbänk; skrivbord skrivbord
schoolbank bänk; skolbänk
schooltafel bänk; skolbänk
schrijfbureau arbetsbord; arbetsplats; bänk; skrivbord
schrijftafel arbetsbord; arbetsplats; bänk; skrivbord
zetel bänk; sittplats huvudkontor; stol; stol med armstöd; tron; vilstol
zitbank bänk; sittplats sittbänk; slaf; soffa
zitplaats bänk; sittplats

Wiktionary: bänk


Cross Translation:
FromToVia
bänk bank; zitbank bench — long seat
bänk bank bench — sports: where players sit when not playing
bänk werkbank bench — workbench

Verwante vertalingen van bänk