Overzicht
Zweeds naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. hatt:
  2. Wiktionary:


Zweeds

Uitgebreide vertaling voor hatt (Zweeds) in het Nederlands

hatt:

hatt [-en] zelfstandig naamwoord

  1. hatt
    de dop; de sluitdop
    • dop [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
    • sluitdop [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
  2. hatt
    het hoedje
    • hoedje [het ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor hatt:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
dop hatt glasklocka; kapsyl; skal
hoedje hatt
sluitdop hatt

Synoniemen voor "hatt":


Wiktionary: hatt

hatt
noun
  1. een hoofddeksel

Cross Translation:
FromToVia
hatt hoed hat — a head covering
hatt hoed Hut — Kopfbedeckung
hatt hoed chapeau — Ce qu’on met sur la tête

Verwante vertalingen van hatt