Zweeds

Uitgebreide vertaling voor ila (Zweeds) in het Nederlands

ila:

ila werkwoord (ilar, ilade, ilat)

  1. ila (springa; löpa; fly; ränna)
    rennen; hardlopen
    • rennen werkwoord (ren, rent, rende, renden, gerend)
    • hardlopen werkwoord (loop hard, loopt hard, liep hard, liepen hard, hardgelopen)
  2. ila (skynda på; brådska; rusa)
    zich haasten; opschieten; jagen; snellen; zich spoeden; vliegen; spoeden; jachten; reppen; jakkeren; ijlen
    • zich haasten werkwoord
    • opschieten werkwoord (schiet op, schoot op, schoten op, opgeschoten)
    • jagen werkwoord (jaag, jaagt, jaagde, jaagden, gejaagd)
    • snellen werkwoord (snel, snelt, snelde, snelden, gesneld)
    • zich spoeden werkwoord
    • vliegen werkwoord (vlieg, vliegt, vloog, vlogen, gevlogen)
    • spoeden werkwoord (spoed, spoedt, spoedde, spoedden, gespoed)
    • jachten werkwoord (jacht, jachtte, jachtten, gejacht)
    • reppen werkwoord
    • jakkeren werkwoord (jakker, jakkert, jakkerde, jakkerden, gejakkerd)
    • ijlen werkwoord (ijl, ijlt, ijlde, ijlden, geijld)
  3. ila (skynda; rusa; hasta)
  4. ila (skynda; rusa; hasta)
    haasten; jagen; zich spoeden; aanpoten; overhaasten; voortmaken; haast maken; ijlen; spoeden
    • haasten werkwoord (haast, haastte, haastten, gehaast)
    • jagen werkwoord (jaag, jaagt, jaagde, jaagden, gejaagd)
    • zich spoeden werkwoord
    • aanpoten werkwoord (poot aan, pootte aan, pootten aan, aangepoot)
    • overhaasten werkwoord (overhaast, overhaastte, overhaastten, overhaast)
    • voortmaken werkwoord (maak voort, maakt voort, maakte voort, maakten voort, voortgemaakt)
    • haast maken werkwoord (maak haast, maakt haast, maakte haast, maakten haast, haast gemaakt)
    • ijlen werkwoord (ijl, ijlt, ijlde, ijlden, geijld)
    • spoeden werkwoord (spoed, spoedt, spoedde, spoedden, gespoed)
  5. ila (skynda; rusa; hasta)
    tempomaken
    • tempomaken werkwoord (maak tempo, maakt tempo, maakte tempo, maakten tempo, tempo gemaakt)
  6. ila (rusa; hasta)
    haasten; tot spoed aanzetten; spoeden; jachten
    • haasten werkwoord (haast, haastte, haastten, gehaast)
    • spoeden werkwoord (spoed, spoedt, spoedde, spoedden, gespoed)
    • jachten werkwoord (jacht, jachtte, jachtten, gejacht)

Conjugations for ila:

presens
  1. ilar
  2. ilar
  3. ilar
  4. ilar
  5. ilar
  6. ilar
imperfekt
  1. ilade
  2. ilade
  3. ilade
  4. ilade
  5. ilade
  6. ilade
framtid 1
  1. kommer att ila
  2. kommer att ila
  3. kommer att ila
  4. kommer att ila
  5. kommer att ila
  6. kommer att ila
framtid 2
  1. skall ila
  2. skall ila
  3. skall ila
  4. skall ila
  5. skall ila
  6. skall ila
conditional
  1. skulle ila
  2. skulle ila
  3. skulle ila
  4. skulle ila
  5. skulle ila
  6. skulle ila
perfekt particip
  1. har ilat
  2. har ilat
  3. har ilat
  4. har ilat
  5. har ilat
  6. har ilat
imperfekt particip
  1. hade ilat
  2. hade ilat
  3. hade ilat
  4. hade ilat
  5. hade ilat
  6. hade ilat
blandad
  1. ila!
  2. ila!
  3. ilad
  4. ilande
1. jag, 2. du/ni, 3. han/hon/den/det, 4. vi, 5. ni, 6. de

Vertaal Matrix voor ila:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
hardlopen racande
jagen jakt
rennen racande; springande
snellen racande
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
aanpoten hasta; ila; rusa; skynda arbeta hårt; jobba ihjäl sig; jobba natt och dag; plugga; slita
haast maken hasta; ila; rusa; skynda
haasten hasta; ila; rusa; skynda
hardlopen fly; ila; löpa; ränna; springa
ijlen brådska; hasta; ila; rusa; skynda; skynda på tala dumheter; tala nonsena; tala strunt; tala tomt prat
jachten brådska; hasta; ila; rusa; skynda på armbågas; följa; jaga efter; knuffas; stötas; trycka på; trängas i en folksamling
jagen brådska; hasta; ila; rusa; skynda; skynda på
jakkeren brådska; ila; rusa; skynda på armbågas; knuffas; stötas; trycka på; trängas i en folksamling
opschieten brådska; ila; rusa; skynda på gro; skjuta i höjden
overhaasten hasta; ila; rusa; skynda
rennen fly; ila; löpa; ränna; springa kila; skutta
reppen brådska; ila; rusa; skynda på armbågas; knuffas; stötas; trycka på; trängas i en folksamling
snellen brådska; ila; rusa; skynda på hasta; skynda
spoeden brådska; hasta; ila; rusa; skynda; skynda på armbågas; hasta; knuffas; skynda; stötas; trycka på; trängas i en folksamling
tempo maken hasta; ila; rusa; skynda
tempomaken hasta; ila; rusa; skynda
tot spoed aanzetten hasta; ila; rusa
vliegen brådska; ila; rusa; skynda på flyga
voortmaken hasta; ila; rusa; skynda
zich haasten brådska; ila; rusa; skynda på
zich spoeden brådska; hasta; ila; rusa; skynda; skynda på

Synoniemen voor "ila":


Verwante vertalingen van ila