Zweeds

Uitgebreide vertaling voor lura (Zweeds) in het Nederlands

lura:

lura werkwoord (lurar, lurade, lurat)

  1. lura (locka; förleda; narra)
    verleiden; lokken; aanlokken; weglokken; meelokken; voortlokken; verlokken
    • verleiden werkwoord (verleid, verleidt, verleidde, verleidden, verleid)
    • lokken werkwoord (lok, lokt, lokte, lokten, gelokt)
    • aanlokken werkwoord (lok aan, lokt aan, lokte aan, lokten aan, aangelokt)
    • weglokken werkwoord (lok weg, lokt weg, lokte weg, lokten weg, weggelokt)
    • meelokken werkwoord (lok mee, lokt mee, lokte mee, lokten mee, meegelokt)
    • voortlokken werkwoord (lok voort, lokt voort, lokte voort, lokten voort, voortgelokt)
    • verlokken werkwoord (verlok, verlokt, verlokte, verlokten, verlokt)
  2. lura (fuska; bedra)
    afzetten
    • afzetten werkwoord (zet af, zette af, zetten af, afgezet)
  3. lura
    foppen; beetnemen
    • foppen werkwoord (fop, fopt, fopte, fopten, gefopt)
    • beetnemen werkwoord (neem beet, neemt beet, nam beet, namen beet, beetgenomen)
  4. lura (förleda; locka)
    lokken; tevoorschijn lokken; dichtbijlokken
  5. lura (bedra; vilseleda; svindla; göra besviken)
    bedonderen; bezwendelen
    • bedonderen werkwoord (bedonder, bedondert, bedonderde, bedonderden, bedonderd)
    • bezwendelen werkwoord (bezwendel, bezwendelt, bezwendelde, bezwendelden, bezwendeld)
  6. lura (fuska; bedra; fiffla; narra; spela falskt)
    afzetten; bedotten; tillen
    • afzetten werkwoord (zet af, zette af, zetten af, afgezet)
    • bedotten werkwoord (bedot, bedotte, bedotten, bedot)
    • tillen werkwoord (til, tilt, tilde, tilden, getild)
  7. lura (svindla; bedra)
    afzetten; misleiden; bedriegen; besodemieteren; zwendelen; oplichten; beduvelen; belazeren; bedonderen
    • afzetten werkwoord (zet af, zette af, zetten af, afgezet)
    • misleiden werkwoord (misleid, misleidt, misleidde, misleidden, misleid)
    • bedriegen werkwoord (bedrieg, bedriegt, bedroog, bedrogen, bedrogen)
    • besodemieteren werkwoord (besodemieter, besodemietert, besodemieterde, besodemieterden, besodemieterd)
    • zwendelen werkwoord (zwendel, zwendelt, zwendelde, zwendelden, gezwendeld)
    • oplichten werkwoord (licht op, lichtte op, lichtten op, opgelicht)
    • beduvelen werkwoord (beduvel, beduvelt, beduvelde, beduvelden, beduveld)
    • belazeren werkwoord (belazer, belazert, belazerde, belazerden, belazerd)
    • bedonderen werkwoord (bedonder, bedondert, bedonderde, bedonderden, bedonderd)
  8. lura (bedra)
    frauderen
    • frauderen werkwoord (fraudeer, fraudeert, fraudeerde, fraudeerden, gefraudeerd)
  9. lura (bedra; svindla; narra)
    neppen
    • neppen werkwoord (nep, nept, nepte, nepten, genept)
  10. lura (föra bakom ljuset; sätta på fel spår; förleda)
    misleiden; op een dwaalspoor zetten; om de tuin leiden
  11. lura (fuska; svindla)
    verneuken
    • verneuken werkwoord (verneuk, verneukt, verneukte, verneukten, verneukt)
  12. lura (förleda; bedra; vilseleda; narra; göra illusioner)
    voorspiegelen
    • voorspiegelen werkwoord (spiegel voor, spiegelt voor, spiegelde voor, spiegelden voor, voorgespiegeld)

Conjugations for lura:

presens
  1. lurar
  2. lurar
  3. lurar
  4. lurar
  5. lurar
  6. lurar
imperfekt
  1. lurade
  2. lurade
  3. lurade
  4. lurade
  5. lurade
  6. lurade
framtid 1
  1. kommer att lura
  2. kommer att lura
  3. kommer att lura
  4. kommer att lura
  5. kommer att lura
  6. kommer att lura
framtid 2
  1. skall lura
  2. skall lura
  3. skall lura
  4. skall lura
  5. skall lura
  6. skall lura
conditional
  1. skulle lura
  2. skulle lura
  3. skulle lura
  4. skulle lura
  5. skulle lura
  6. skulle lura
perfekt particip
  1. har lurat
  2. har lurat
  3. har lurat
  4. har lurat
  5. har lurat
  6. har lurat
imperfekt particip
  1. hade lurat
  2. hade lurat
  3. hade lurat
  4. hade lurat
  5. hade lurat
  6. hade lurat
blandad
  1. lura!
  2. lura!
  3. lurad
  4. lurande
1. jag, 2. du/ni, 3. han/hon/den/det, 4. vi, 5. ni, 6. de

Vertaal Matrix voor lura:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
afzetten amputera
beetnemen fasttagande; grepp
lokken lockande
oplichten lysa upp
verleiden lockande
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
aanlokken förleda; locka; lura; narra
afzetten bedra; fiffla; fuska; lura; narra; spela falskt; svindla amputera; avgränsa; avskära; avspisa någon; begränsa; bestämma; bli bedragen; bli duperad; bli lurad; bringa till stillastående; definiera; gränsa till; markera; rama in; släcka; släppa av någonstans; stänga av; utstaka
bedonderen bedra; göra besviken; lura; svindla; vilseleda
bedotten bedra; fiffla; fuska; lura; narra; spela falskt
bedriegen bedra; lura; svindla
beduvelen bedra; lura; svindla
beetnemen lura dra någons ben; fatta tag i; gripa tag i; skoja med någon; ta tag i
belazeren bedra; lura; svindla
besodemieteren bedra; lura; svindla
bezwendelen bedra; göra besviken; lura; svindla; vilseleda
dichtbijlokken förleda; locka; lura
foppen lura driva med; retas; skoja med
frauderen bedra; lura
lokken förleda; locka; lura; narra
meelokken förleda; locka; lura; narra
misleiden bedra; föra bakom ljuset; förleda; lura; svindla; sätta på fel spår
neppen bedra; lura; narra; svindla
om de tuin leiden föra bakom ljuset; förleda; lura; sätta på fel spår
op een dwaalspoor zetten föra bakom ljuset; förleda; lura; sätta på fel spår
oplichten bedra; lura; svindla bli bedragen; bli duperad; bli lurad; blixtra; få en ljusare nyans; göra ljusare; ljusa upp
tevoorschijn lokken förleda; locka; lura
tillen bedra; fiffla; fuska; lura; narra; spela falskt hissa upp; lyfta upp
verleiden förleda; locka; lura; narra fresta; locka
verlokken förleda; locka; lura; narra
verneuken fuska; lura; svindla
voorspiegelen bedra; förleda; göra illusioner; lura; narra; vilseleda
voortlokken förleda; locka; lura; narra
weglokken förleda; locka; lura; narra
zwendelen bedra; lura; svindla
OverVerwante vertalingenAndere vertalingen
verlokken fria till

Synoniemen voor "lura":


Wiktionary: lura


Cross Translation:
FromToVia
lura vals spelen cheat — violate rules to gain advantage
lura bedriegen; misleiden; op een dwaalspoor zetten; ontgoochelen; tegenvallen; teleurstellen tromperabuser de la confiance de quelqu’un.

Verwante vertalingen van lura