Overzicht
Zweeds naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. mjuk:
  2. Wiktionary:


Zweeds

Uitgebreide vertaling voor mjuk (Zweeds) in het Nederlands

mjuk:

mjuk bijvoeglijk naamwoord

  1. mjuk (mjukt)
    zacht; zacht aanvoelend
  2. mjuk (mjukt; mört)
    murw
    • murw bijvoeglijk naamwoord
  3. mjuk (böjlig; mjukt; smidigt; böjligt)
    lenig; soepel
    • lenig bijvoeglijk naamwoord
    • soepel bijvoeglijk naamwoord
  4. mjuk (mjukt; fogligt; eftergivet; böjligt; foglig)
    vouwbaar; plooibaar
  5. mjuk (mjukt; slätt)
    rimpelloos

Vertaal Matrix voor mjuk:

Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
lenig böjlig; böjligt; mjuk; mjukt; smidigt
murw mjuk; mjukt; mört
plooibaar böjligt; eftergivet; foglig; fogligt; mjuk; mjukt
rimpelloos mjuk; mjukt; slätt
soepel böjlig; böjligt; mjuk; mjukt; smidigt böjligt; böjsamt; eftergivlig; eftergivligt; flexibel; flexibelt; foglig; fogligt; följsam; följsamt; mjukt; smidig; smidigt
zacht mjuk; mjukt försiktigt; mild; milt; ömsint
OverVerwante vertalingenAndere vertalingen
- mjukt
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
vouwbaar böjligt; eftergivet; foglig; fogligt; mjuk; mjukt
zacht aanvoelend mjuk; mjukt

Synoniemen voor "mjuk":

  • slapp; fluffig; sammetslen; soft; msint; len

Wiktionary: mjuk

mjuk
adjective
  1. gemakkelijk samen te drukken en/of te buigen

Cross Translation:
FromToVia
mjuk zacht soft — giving way under pressure
mjuk zacht; week weich — ohne großen Kraftaufwand plastisch verformbar

Verwante vertalingen van mjuk