Overzicht


Zweeds

Uitgebreide vertaling voor tåg (Zweeds) in het Nederlands

tåg:

tåg [-ett] zelfstandig naamwoord

  1. tåg
    de trein
    – voertuig dat over rails rijdt van het ene station naar het andere 1
    • trein [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
      • we gaan met de trein naar Amsterdam1
    de spoortrein
  2. tåg
    de treinen; de treinstellen
  3. tåg
    het treinstel
  4. tåg (släptåg)
    de sleep
    • sleep [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
  5. tåg (tross; kabel; kätting)
    scheepskabel; het kabeltouw; de kabel
  6. tåg (procession)
    de processie; de staatsie; de stoet
    • processie [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord
    • staatsie [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord
    • stoet [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor tåg:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
kabel kabel; kätting; tross; tåg kabel; ledning
kabeltouw kabel; kätting; tross; tåg
processie procession; tåg
scheepskabel kabel; kätting; tross; tåg
sleep släptåg; tåg
spoortrein tåg
staatsie procession; tåg ceremoni; demonstration; show; spektakel; uppvisning
stoet procession; tåg eskort; eskortera; festtåg; följe; kavaljer; kortege; procession
trein tåg
treinen tåg
treinstel tåg
treinstellen tåg
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
treinen resa med tåg

Synoniemen voor "tåg":


Wiktionary: tåg


Cross Translation:
FromToVia
tåg mars march — political rally or parade
tåg trein train — line of connected cars or carriages
tåg karavaan; rij; stoet train — group of animals, vehicles, or people
tåg touw; tui Taustarkes Schiffsseil aus Hanf oder Stahldraht
tåg trein Zug — mehrere hintereinander gekoppelte Fahrzeuge (speziell auf Schienen)
tåg trein; tros train — ferro|fr convoi ferroviaire constitué d’au moins une locomotive et de wagons. note S’emploie, plus rarement, en astronautique et dans les transports routiers.

Verwante vertalingen van tåg