Remove Ads

Duits

Uitgebreide vertaling voor geschult (Duits) in het Nederlands

geschult:

geschult bijvoeglijk naamwoord

  1. geschult (gebildet; gelehrt)
    geschoold; geleerd; onderwezen
  2. geschult (qualifiziert; erfahren; routiniert)
    gekwalificeerd; gediplomeerd
  3. geschult (gelehrt; gebildet)
    wijs; intelligent; geleerd; slim
  4. geschult (erfahren; qualifiziert; geübt; )
    ervaren
  5. geschult (studiert; gelehrt; hochgelehrt; )
    erudiet; wijs; gestudeerd; ontwikkeld; zeer ontwikkeld; hooggeleerd; geletterd; zeer geleerd; belezen
  6. geschult (kundig; geübt; erfahren; )
    bekwaam; bedreven; geoefend
  7. geschult (erfahren; gewandt; geübt; qualifiziert; bewandert)
    doorkneed
  8. geschult (geistreich; kundig; fähig; )
    ingenieus; knap; vindingrijk; briljant; kundig; vaardig; kunstig

Synoniemen voor "geschult":


Computer vertaling door derden:
Images:

Verwante vertalingen van geschult



Remove Ads

Remove Ads