Overzicht
Engels naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. frugality:
  2. Wiktionary:


Engels

Uitgebreide vertaling voor frugality (Engels) in het Nederlands

frugality:

frugality [the ~] zelfstandig naamwoord

  1. the frugality (thrift)
    de zuinigheid; de spaarzaamheid
  2. the frugality (sobriety; simplicity; simpleness; scantiness; plainness)
    de soberheid; de eenvoud; de simpelheid
  3. the frugality (uselessness; cheapness; moderacy)
    waardeloos zijn

Vertaal Matrix voor frugality:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
eenvoud frugality; plainness; scantiness; simpleness; simplicity; sobriety simpleness; simplicity; unaffectedness
simpelheid frugality; plainness; scantiness; simpleness; simplicity; sobriety foolishness; inanity; naïvete; silliness; simpleness; simplicity
soberheid frugality; plainness; scantiness; simpleness; simplicity; sobriety
spaarzaamheid frugality; thrift
waardeloos zijn cheapness; frugality; moderacy; uselessness
zuinigheid frugality; thrift being economical
- frugalness

Synoniemen voor "frugality":


Verwante definities voor "frugality":

  1. prudence in avoiding waste1

Wiktionary: frugality


Cross Translation:
FromToVia
frugality soberheid; bescheidenheid frugalitéqualité de celui qui est frugal.



comments powered by Disqus