Engels naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. fecundity:
  2. Wiktionary:


Uitgebreide vertaling voor fecundity (Engels) in het Nederlands


fecundity [the ~] zelfstandig naamwoord

  1. the fecundity (fertility)
    de vruchtbaarheid

Vertaal Matrix voor fecundity:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
vruchtbaarheid fecundity; fertility
- fertility; fruitfulness

Synoniemen voor "fecundity":

Antoniemen van "fecundity":

Verwante definities voor "fecundity":

  1. the quality of something that causes or assists healthy growth1
  2. the intellectual productivity of a creative imagination1
  3. the state of being fertile; capable of producing offspring1

Wiktionary: fecundity

  1. rate of production of young by a female
  2. rate or capacity of offspring production
  3. ability to cause growth
  4. ability to produce offspring