Overzicht
Engels naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. showroom:
  2. Wiktionary:


Engels

Uitgebreide vertaling voor showroom (Engels) in het Nederlands

showroom:

showroom [the ~] zelfstandig naamwoord

  1. the showroom
    de toonzaal; de toonkamer

Vertaal Matrix voor showroom:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
toonkamer showroom
toonzaal showroom
- saleroom; salesroom

Verwante woorden van "showroom":


Synoniemen voor "showroom":

  • salesroom; saleroom; panopticon

Verwante definities voor "showroom":

  1. an area where merchandise (such as cars) can be displayed1
    • in Britain a showroom is called a salesroom1

Wiktionary: showroom

showroom
noun
  1. een zaal waarin koopwaar tentoongesteld staat