Nederlands

Uitgebreide vertaling voor automatisch (Nederlands) in het Duits

automatisch:

automatisch bijvoeglijk naamwoord

  1. automatisch (machinaal)
    mechanisch; maschinell
  2. automatisch (zelfwerkend)
    automatisch; selbsttätig
  3. automatisch (vanzelfsprekend)
    automatisch; selbsttätig; zwangsläufig; routinemäßig; mechanisch; unwillkürlich
  4. automatisch (zonder erbij te denken; werktuiglijk)
    ohne nachdenken; mechanisch
  5. automatisch
    automatisch

Vertaal Matrix voor automatisch:

Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
automatisch automatisch; vanzelfsprekend; zelfwerkend
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
maschinell automatisch; machinaal machinaal; mechanisch; met machines
mechanisch automatisch; machinaal; vanzelfsprekend; werktuiglijk; zonder erbij te denken machinaal; mechanisch; met machines; werktuigkundig
ohne nachdenken automatisch; werktuiglijk; zonder erbij te denken
routinemäßig automatisch; vanzelfsprekend routinematig; routineus
selbsttätig automatisch; vanzelfsprekend; zelfwerkend
unwillkürlich automatisch; vanzelfsprekend niet willekeurig; onbewust; onopzettelijk; onwillekeurig
zwangsläufig automatisch; vanzelfsprekend onafwendbaar; onherroepelijk; onontkoombaar; onvermijdelijk

Verwante woorden van "automatisch":

  • automatische

Wiktionary: automatisch

automatisch
adjective
  1. niet bestuurd door de hand van de mens
  2. vanzelfgaand
  3. gedachteloos
automatisch
adjective
  1. von selbst funktionierend; ohne Zutun wirkend

Cross Translation:
FromToVia
automatisch automatisch automatic — capable of operating without external control
automatisch automatisch automatic — acting without conscious thought
automatisch Maschinen-; automatisch automatic — describing a firearm which fires continuously
automatisch automatisch; selbsttättig; zwangsläufig; unwillkürlich; mechanisch; Automatik-; Automaten-; Repetier-; Selbstlade- automatique — physiologie|fr médecine|fr Qui s’exécuter sans la participation de la volonté.

Automatisch:

Automatisch

  1. Automatisch
    Kalendergesteuert

Vertaal Matrix voor Automatisch:

Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
Kalendergesteuert Automatisch



Duits

Uitgebreide vertaling voor automatisch (Duits) in het Nederlands

automatisch:

automatisch bijvoeglijk naamwoord

  1. automatisch (selbsttätig; zwangsläufig; routinemäßig; mechanisch; unwillkürlich)
    vanzelfsprekend; automatisch
  2. automatisch (selbsttätig)
    automatisch; zelfwerkend
  3. automatisch
    automatisch

Vertaal Matrix voor automatisch:

Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
automatisch automatisch; mechanisch; routinemäßig; selbsttätig; unwillkürlich; zwangsläufig maschinell; mechanisch; ohne nachdenken
vanzelfsprekend automatisch; mechanisch; routinemäßig; selbsttätig; unwillkürlich; zwangsläufig natürlich; selbstverständlich
zelfwerkend automatisch; selbsttätig

Synoniemen voor "automatisch":


Wiktionary: automatisch

automatisch
adjective
  1. niet bestuurd door de hand van de mens
  2. vanzelfgaand
  3. gedachteloos

Cross Translation:
FromToVia
automatisch automatisch automatic — capable of operating without external control
automatisch automatisch; gedachtenloos; mechanisch automatic — acting without conscious thought
automatisch automatisch automatic — describing a firearm which fires continuously
automatisch automatisch automatique — physiologie|fr médecine|fr Qui s’exécuter sans la participation de la volonté.