Overzicht
Nederlands naar Engels:   Meer gegevens...
  1. matrix:
  2. Matrix:
  3. Wiktionary:
Engels naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. matrix:
  2. Matrix:
  3. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor matrix (Nederlands) in het Engels

matrix:

matrix [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord

  1. de matrix (matrijs)
    the matrix; the mold
    • matrix [the ~] zelfstandig naamwoord
    • mold [the ~] zelfstandig naamwoord
  2. de matrix
    the array
    – In programming, a list of data values, all of the same type, any element of which can be referenced by an expression consisting of the array name followed by an indexing expression. Arrays are part of the fundamentals of data structures, which, in turn, are a major fundamental of computer programming. 1
    • array [the ~] zelfstandig naamwoord
  3. de matrix
    the matrix
    – An arrangement of rows and columns used for organizing related items, such as numbers, dots, spreadsheet cells, or circuit elements. 1
    • matrix [the ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor matrix:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
array matrix
matrix matrijs; matrix drukvorm; gietvorm; mal; matrijs; modelvorm; moedervorm; rek; rekbaarheid; veerkracht; vorm
mold matrijs; matrix gietmal; gietvorm; mal; matrijs; modelvorm; moedervorm; vorm

Verwante woorden van "matrix":

  • matrixen

Wiktionary: matrix

matrix
noun
  1. een rechthoekig blok getallen waaraan bepaalde rekenregels toegekend worden
matrix
noun
  1. Two-dimensional array
  2. In mathematics

Cross Translation:
FromToVia
matrix matrix Matrix — ein Muster aus Punkten, welche in Zeilen und Spalten angeordnet sind
matrix matrix matrice — Objet mathématique.

Matrix:

Matrix

  1. Matrix
    the Matrix
    – A SmartArt graphic layout type that includes layouts designed to show how parts relate to a whole. 1
    • Matrix [the ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor Matrix:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
Matrix Matrix



Engels

Uitgebreide vertaling voor matrix (Engels) in het Nederlands

matrix:

matrix [the ~] zelfstandig naamwoord

  1. the matrix (mold)
    de matrix; de matrijs
    • matrix [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord
    • matrijs [de ~] zelfstandig naamwoord
  2. the matrix (mould; mold; template; )
    de matrijs; de mal; modelvorm; de vorm; de gietvorm
    • matrijs [de ~] zelfstandig naamwoord
    • mal [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
    • modelvorm [znw.] zelfstandig naamwoord
    • vorm [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
    • gietvorm [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
  3. the matrix (elasticity; grid)
    de rek; de rekbaarheid; de veerkracht
    • rek [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
    • rekbaarheid [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord
    • veerkracht [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
  4. the matrix (printing form)
    de drukvorm
    • drukvorm [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
  5. the matrix (casting mould; mold)
    moedervorm
  6. the matrix
    – An arrangement of rows and columns used for organizing related items, such as numbers, dots, spreadsheet cells, or circuit elements. 1
    de matrix
    • matrix [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor matrix:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
drukvorm matrix; printing form
gietvorm die; matrix; model; mold; mould; shape; template
mal die; matrix; model; mold; mould; shape; template hand-out; model; stencil; template
matrijs die; matrix; model; mold; mould; shape; template
matrix matrix; mold array
modelvorm die; matrix; model; mold; mould; shape; template hand-out; model; stencil; template
moedervorm casting mould; matrix; mold
rek elasticity; grid; matrix drying frame; elasticity; rack; shelves
rekbaarheid elasticity; grid; matrix
veerkracht elasticity; grid; matrix elasticity; resilience; stamina
vorm die; matrix; model; mold; mould; shape; template appearance; be in good shape; build; cast; casting; casting mould; circumference; condition; contour; exterior; figure; form; gypsum; look; looks; mold; outline; posture; shape; size; stature
- ground substance; intercellular substance
Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
mal crazy; daft; foolish; funny; idiotic; insane; loony; mad; mixed up; muzzy; nuts; odd; potty; ridiculous; silly; stark mad; stark raving mad; stark staring mad; stupid; weird
Not SpecifiedVerwante vertalingenAndere vertalingen
rek rack

Verwante woorden van "matrix":

  • matrices

Synoniemen voor "matrix":


Verwante definities voor "matrix":

  1. mold used in the production of phonograph records, type, or other relief surface2
  2. the formative tissue at the base of a nail2
  3. the body substance in which tissue cells are embedded2
  4. (mathematics) a rectangular array of quantities or expressions set out by rows and columns; treated as a single element and manipulated according to rules2
  5. an enclosure within which something originates or develops (from the Latin for womb)2
  6. (geology) amass of fine-grained rock in which fossils, crystals, or gems are embedded2
  7. An arrangement of rows and columns used for organizing related items, such as numbers, dots, spreadsheet cells, or circuit elements.1

Wiktionary: matrix

matrix
noun
  1. Two-dimensional array
  2. In mathematics
matrix
noun
  1. een rechthoekig blok getallen waaraan bepaalde rekenregels toegekend worden

Cross Translation:
FromToVia
matrix matrix Matrix — ein Muster aus Punkten, welche in Zeilen und Spalten angeordnet sind
matrix matrix matrice — Objet mathématique.

Matrix:

Matrix [the ~] zelfstandig naamwoord

  1. the Matrix
    – A SmartArt graphic layout type that includes layouts designed to show how parts relate to a whole. 1

Vertaal Matrix voor Matrix:

Not SpecifiedVerwante vertalingenAndere vertalingen
Matrix Matrix

Verwante definities voor "Matrix":

  1. A SmartArt graphic layout type that includes layouts designed to show how parts relate to a whole.1