Overzicht
Zweeds naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. rubrik:
  2. Wiktionary:


Zweeds

Uitgebreide vertaling voor rubrik (Zweeds) in het Nederlands

rubrik:

rubrik [-en] zelfstandig naamwoord

  1. rubrik (överskrift; överstycke)
    de titel; het opschrift
    • titel [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
    • opschrift [het ~] zelfstandig naamwoord
  2. rubrik (överskrift)
    de rubriek
    • rubriek [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord
  3. rubrik (huvudrubrik)
    de krantenkop; de kop
    • krantenkop [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
    • kop [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
  4. rubrik
    de kop; kopzin
    • kop [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
    • kopzin [znw.] zelfstandig naamwoord
  5. rubrik (huvud)

Vertaal Matrix voor rubrik:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
kop huvudrubrik; rubrik kaffekopp
kopzin rubrik
krantenkop huvudrubrik; rubrik
opschrift rubrik; överskrift; överstycke engraverad; inskrift
rubriek rubrik; överskrift
titel rubrik; överskrift; överstycke boktitel; början av brevet; inledning; inledning av ett brev; rättsanspråk; titel; titulering
Not SpecifiedVerwante vertalingenAndere vertalingen
berichtkop huvud; rubrik P2-huvud; meddelandehuvud
header huvud; rubrik

Synoniemen voor "rubrik":


Wiktionary: rubrik


Cross Translation:
FromToVia
rubrik kop headline — heading or title of an article
rubrik hoofd; rubriek rubrique — (histoire) médecine|fr terre rouge dont les chirurgiens se servaient autrefois pour étancher le sang et pour faire des emplâtres siccatifs.