Overzicht
Duits naar Engels:   Meer gegevens...
  1. Kochen:
  2. Wiktionary:


Duits

Uitgebreide vertaling voor Kochen (Duits) in het Engels

Kochen:

Kochen [das ~] zelfstandig naamwoord

  1. Kochen (Sieden)
    the boiling; the cooking
    • boiling [the ~] zelfstandig naamwoord
    • cooking [the ~] zelfstandig naamwoord
  2. Kochen (Sieden)
    the seething
    • seething [the ~] zelfstandig naamwoord
  3. Kochen
    the preparing diner
  4. Kochen (Kocherei)
    the cooking; the catering
    • cooking [the ~] zelfstandig naamwoord
    • catering [the ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor Kochen:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
boiling Kochen; Sieden Gekochte
catering Kochen; Kocherei Kantinenverpflegung
cooking Kochen; Kocherei; Sieden Gekochte; Kocherei
preparing diner Kochen
seething Kochen; Sieden
Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
seething Haßerfüllt; aufgebracht; aufgeregt; bitterböse; borstig; böse; eifersüchtig; ergrimmt; erzürnt; fuchsteufelswild; garstig; gehässig; giftig; grimmig; jähzornig; kochend; neidisch; rasend; siedend; ungestüm; unwillig; unwirsch; verbissen; verstimmt; wütend; zornig; ärgerlich; übel

Wiktionary: Kochen

Kochen
noun
  1. the process of preparing food by using heat

Cross Translation:
FromToVia
Kochen cookery; cooking; cuisine cuisine — Art d’apprêter les mets, les aliments
Kochen boil; boiling; simmer; simmering ébullition — bouillir sur le feu
Kochen ebullience ébullition — Corps ou une foule qui s'échauffe

Verwante vertalingen van Kochen