Overzicht
Duits naar Engels:   Meer gegevens...
  1. absegeln:


Duits

Uitgebreide vertaling voor absegeln (Duits) in het Engels

absegeln:

absegeln werkwoord

  1. absegeln (aussegeln)
    to set sail; to sail away; to sail off
    • set sail werkwoord (sets sail, set sail, setting sail)
    • sail away werkwoord (sails away, sailed away, sailing away)
    • sail off werkwoord (sails off, sailed off, sailing off)

Vertaal Matrix voor absegeln:

WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
sail away absegeln; aussegeln abfahren; losfahren; wegfahren
sail off absegeln; aussegeln
set sail absegeln; aussegeln ausfahren; auslaufen