Overzicht
Duits naar Engels:   Meer gegevens...
  1. vorbei:
  2. Wiktionary:


Duits

Uitgebreide vertaling voor vorbei (Duits) in het Engels

vorbei:

vorbei bijvoeglijk naamwoord

  1. vorbei (über; vorüber)
    above
    • above bijvoeglijk naamwoord
  2. vorbei (überholt)
    outdated; passé

Vertaal Matrix voor vorbei:

Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
outdated vorbei; überholt altertümlich; altmodisch; altväterisch; unmodern; veraltet
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
above vorbei; vorüber; über darüber; droben; emporsteigend; obenauf; obendrauf; plus
passé vorbei; überholt

Synoniemen voor "vorbei":


Wiktionary: vorbei

vorbei
adjective
  1. ended
en-prep
  1. beyond in place

Verwante vertalingen van vorbei