Overzicht


Duits

Uitgebreide vertaling voor Abrutchen (Duits) in het Spaans

Abrutchen:

Abrutchen [das ~] zelfstandig naamwoord

  1. Abrutchen (Absacken; Einsinken; Senkung)
    el descenso de la matriz; el prolapso; el socavón; el hundimiento

Vertaal Matrix voor Abrutchen:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
descenso de la matriz Abrutchen; Absacken; Einsinken; Senkung
hundimiento Abrutchen; Absacken; Einsinken; Senkung Depression; Einbruch; Einsinken; Einsturz; Einstürzen; Flaute; Hinfallen; Niederfallen; Niedergang; Rückfall; Rückgang; Schwäche; Wegsacken; Zusammenbruch; Zusammensturz
prolapso Abrutchen; Absacken; Einsinken; Senkung
socavón Abrutchen; Absacken; Einsinken; Senkung

Computer vertaling door derden: