Overzicht
Duits naar Spaans:   Meer gegevens...
  1. Hauptstadt:
  2. Wiktionary:


Duits

Uitgebreide vertaling voor Hauptstadt (Duits) in het Spaans

Hauptstadt:

Hauptstadt [die ~] zelfstandig naamwoord

  1. die Hauptstadt
    la capital
    • capital [la ~] zelfstandig naamwoord
  2. die Hauptstadt

Vertaal Matrix voor Hauptstadt:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
capital Hauptstadt Erfolg; Finanzen; Geld; Geldbestand; Gelder; Geldmittel; Glück; Glückseligkeit; Glücksfall; Glücksfälle; Hauptbetrag; Kapital; Kapitalgut; Reichtum; Vermögen; das glücklich sein; finanziellen Mittel; große Summe Geld; unerwartete Glück
Not SpecifiedVerwante vertalingenAndere vertalingen
capital Eigenkapital; Kapital
OverVerwante vertalingenAndere vertalingen
capital (ciudad) Hauptstadt

Synoniemen voor "Hauptstadt":


Wiktionary: Hauptstadt

Hauptstadt
noun
  1. eine Stadt, in der die obersten Verwaltungsorgane und fast auch immer Regierungsorgane eines Staates, Landes, Bezirks, Kreises oder einer Region ihren Sitz haben

Cross Translation:
FromToVia
Hauptstadt capital capital city — city designated as seat of government
Hauptstadt capital hoofdstad — een belangrijke stad waarvandaan het land, de staat, deelstaat of provincie wordt bestuurd
Hauptstadt ciudad capital; capital capitale — Ville principale