Overzicht
Duits naar Spaans:   Meer gegevens...
  1. Lebenspartner:


Duits

Uitgebreide vertaling voor Lebenspartner (Duits) in het Spaans

Lebenspartner:

Lebenspartner [der ~] zelfstandig naamwoord

  1. der Lebenspartner (Ehegatte; Mann; Partner; Gemahl; Gatte)
    el marido; el esposo
    • marido [el ~] zelfstandig naamwoord
    • esposo [el ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor Lebenspartner:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
esposo Ehegatte; Gatte; Gemahl; Lebenspartner; Mann; Partner Ehepartner; Lebensgefährte; Partner
marido Ehegatte; Gatte; Gemahl; Lebenspartner; Mann; Partner Ehepartner; Freund; Gatte; Gefährte; Gemahl; Kerl; Kumpel; Lebensgefährte; Mann; Partner; Teilhaber; Weib; männliche Person

Synoniemen voor "Lebenspartner":