Overzicht
Duits naar Spaans:   Meer gegevens...
  1. Nutznießer:
  2. Wiktionary:


Duits

Uitgebreide vertaling voor Nutznießer (Duits) in het Spaans

Nutznießer:

Nutznießer [der ~] zelfstandig naamwoord

  1. der Nutznießer (Nießbraucher)
    el usufructuario

Vertaal Matrix voor Nutznießer:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
usufructuario Nießbraucher; Nutznießer

Synoniemen voor "Nutznießer":


Wiktionary: Nutznießer


Cross Translation:
FromToVia
Nutznießer aprovechón; aprovechado profiteur — péjoratif|fr personne qui tire profit d'une chose ou d'une situation, de façon malhonnête.