Overzicht
Duits naar Spaans:   Meer gegevens...
  1. dich:
  2. Wiktionary:


Duits

Uitgebreide vertaling voor dich (Duits) in het Spaans

dich:

dich bijvoeglijk naamwoord

  1. dich (dir; dein)
    a ti; te
    • a ti bijvoeglijk naamwoord
    • te bijvoeglijk naamwoord
  2. dich (dein; dir)
    tuyo; tu
    • tuyo bijvoeglijk naamwoord
    • tu bijvoeglijk naamwoord

dich

  1. dich (du)

Vertaal Matrix voor dich:

OverVerwante vertalingenAndere vertalingen
te dich; du Ihr; Sie
ti dich; du Ihr; Sie
tu dich; du Ihr; Sie
tuya dich; du
tuyo dich; du
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
a ti dein; dich; dir
te dein; dich; dir
tu dein; dich; dir
tuyo dein; dich; dir

Wiktionary: dich

dich
  1. Akkusativ der zweiten Person Singular

Cross Translation:
FromToVia
dich ti; te jou — tweede persoon enkelvoud (accusatief) ((datief)) informeel
dich te; jij — aangesproken persoon enkelvoud informeel
dich te; ti thee — Objective case of 'thou'
dich te; se; ti; vosotros; ustedes; usted you — object pronoun: the person being addressed

Verwante vertalingen van dich