Overzicht
Duits naar Spaans:   Meer gegevens...
  1. fällig:


Duits

Uitgebreide vertaling voor fällig (Duits) in het Spaans

fällig:

fällig bijvoeglijk naamwoord

  1. fällig (verstrichen; beendet; um)
    pasado; expirado; transcurrido

Vertaal Matrix voor fällig:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
pasado Vergangenheit
Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
transcurrido beendet; fällig; um; verstrichen Verstrichen
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
expirado beendet; fällig; um; verstrichen
pasado beendet; fällig; um; verstrichen armselig; armutig; aufgeschlossen; aus; beendet; bereit; durchgegeben; eher; eingeholt; einsatzbereit; elend; erledigt; fertig; früher; geschafft; klar; mittellos; parat; passiert; schlottrig; schäbig; unansehnlich; unerwartet zum Besuch gekommen; verlottert; verludert; vollendet; vorbeigefahren; vorbeigekommen; vorig; weitergegeben; weitergeleitet; zerlumpt; ärmlich; überholt; übermittelt; überschritten