Overzicht
Duits naar Spaans:   Meer gegevens...
  1. gezuckert:
  2. Wiktionary:


Duits

Uitgebreide vertaling voor gezuckert (Duits) in het Spaans

gezuckert:

gezuckert bijvoeglijk naamwoord

  1. gezuckert (süß; süßlich; gesüßt)
    dulce; azucarado

Vertaal Matrix voor gezuckert:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
dulce Feinkost; Imbiß; Kandis; Karamelle; Köstlichkeit; Leckerbissen; Leckerei; Leckereien; Nascherei; Naschwerk; Süßigkeit; Süßigkeiten; etwas Süßes
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
azucarado gesüßt; gezuckert; süß; süßlich zuckerartig; zuckerig
dulce gesüßt; gezuckert; süß; süßlich anmutig; edel; elegant; entzückend; fein; galant; geschmeidig; grazil; graziös; hold; honigsüß; hübsch; lieblich; mürbe; reizend; saftig; schick; süß; süßlich; süßschmeckend; verschmitzt; weich; weich anfühlend; zart; zierlich

Synoniemen voor "gezuckert":


Wiktionary: gezuckert


Cross Translation:
FromToVia
gezuckert azucarado sweet — containing a sweetening ingredient

Computer vertaling door derden: