Overzicht
Duits naar Frans:   Meer gegevens...
  1. Gastgeber:
  2. Wiktionary:


Duits

Uitgebreide vertaling voor Gastgeber (Duits) in het Frans

Gastgeber:

Gastgeber [der ~] zelfstandig naamwoord

  1. der Gastgeber
    le maître de maison

Vertaal Matrix voor Gastgeber:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
maître de maison Gastgeber

Synoniemen voor "Gastgeber":


Wiktionary: Gastgeber

Gastgeber
noun
  1. jemand, der jemanden als Gast zu sich einlädt; bei sich zu Gast hat
Gastgeber
noun
  1. Celui, celle qui donne l’hospitalité.

Cross Translation:
FromToVia
Gastgeber hôte; maître de maison host — person who receives or entertains a guest

Computer vertaling door derden: