Overzicht
Duits naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. Angreifer:
  2. Wiktionary:


Duits

Uitgebreide vertaling voor Angreifer (Duits) in het Nederlands

Angreifer:

Angreifer [der ~] zelfstandig naamwoord

  1. der Angreifer (überfaller)
    de aanvaller; de overvaller
  2. der Angreifer (Stürmer; Angriffsspieler)
    de aanvaller; de aanrander
  3. der Angreifer (Straßenräuber; Wegelagerer)
    de rover; de struikrover
    • rover [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
    • struikrover [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor Angreifer:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
aanrander Angreifer; Angriffsspieler; Stürmer
aanvaller Angreifer; Angriffsspieler; Stürmer; überfaller Angriffsspieler; Stürmer
overvaller Angreifer; überfaller
rover Angreifer; Straßenräuber; Wegelagerer Dieb; Einbrecher
struikrover Angreifer; Straßenräuber; Wegelagerer

Synoniemen voor "Angreifer":


Wiktionary: Angreifer

Angreifer
noun
  1. iemand die aanvalt

Cross Translation:
FromToVia
Angreifer aanvaller attacker — someone who attacks
Angreifer aanvaller attaquant — Traduction à trier