Overzicht
Duits naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. Anmarsch:


Duits

Uitgebreide vertaling voor Anmarsch (Duits) in het Nederlands

Anmarsch:

Anmarsch [der ~] zelfstandig naamwoord

  1. der Anmarsch (Anzug)
    de aantocht
    • aantocht [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
  2. der Anmarsch (Anzug)
    de nadering; in aantocht
  3. der Anmarsch (Aufmarsch; Vormarsch; Marsch)
    de opmars; de voortgang
    • opmars [de ~] zelfstandig naamwoord
    • voortgang [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor Anmarsch:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
aantocht Anmarsch; Anzug
in aantocht Anmarsch; Anzug
nadering Anmarsch; Anzug
opmars Anmarsch; Aufmarsch; Marsch; Vormarsch
voortgang Anmarsch; Aufmarsch; Marsch; Vormarsch Entwicklung; Fortgang; Fortgänge; Fortschritt; Progression; Verlauf