Overzicht
Duits naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. Durchbrechen:


Duits

Uitgebreide vertaling voor Durchbrechen (Duits) in het Nederlands

Durchbrechen:

Durchbrechen [das ~] zelfstandig naamwoord

  1. Durchbrechen (Durchbruch)
    de doorbraak; doorbreken; de doorbreking

Vertaal Matrix voor Durchbrechen:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
doorbraak Durchbrechen; Durchbruch
doorbreken Durchbrechen; Durchbruch
doorbreking Durchbrechen; Durchbruch
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
doorbreken aufgehen; durchstoßen; forcieren; knacken

Computer vertaling door derden: