Overzicht
Duits naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. Heimarbeit:


Duits

Uitgebreide vertaling voor Heimarbeit (Duits) in het Nederlands

Heimarbeit:

Heimarbeit [die ~] zelfstandig naamwoord

  1. die Heimarbeit
    het thuiswerk
  2. die Heimarbeit
    de huisvlijt
  3. die Heimarbeit (Hausgewerbe)
    de huisnijverheid; de huisindustrie

Vertaal Matrix voor Heimarbeit:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
huisindustrie Hausgewerbe; Heimarbeit
huisnijverheid Hausgewerbe; Heimarbeit
huisvlijt Heimarbeit
thuiswerk Heimarbeit

Synoniemen voor "Heimarbeit":

  • Hausarbeit; Hausaufgabe; Hausübung; Schularbeit; Schulaufgabe

Computer vertaling door derden: