Overzicht
Duits naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. Kleinkram:


Duits

Uitgebreide vertaling voor Kleinkram (Duits) in het Nederlands

Kleinkram:

Kleinkram [der ~] zelfstandig naamwoord

  1. der Kleinkram (Kleinzeug)
    het kleingoed; het grut; de kriel
    • kleingoed [het ~] zelfstandig naamwoord
    • grut [het ~] zelfstandig naamwoord
    • kriel [de ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor Kleinkram:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
grut Kleinkram; Kleinzeug
kleingoed Kleinkram; Kleinzeug
kriel Kleinkram; Kleinzeug Zwerghuhn; kleine Kartoffel

Synoniemen voor "Kleinkram":