Overzicht
Duits naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. Mäuschen:
  2. Wiktionary:


Duits

Uitgebreide vertaling voor Mäuschen (Duits) in het Nederlands

Mäuschen:

Mäuschen [das ~] zelfstandig naamwoord

  1. Mäuschen (Schnuckelchen)
    het lekkertje; de snoezepoes

Vertaal Matrix voor Mäuschen:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
lekkertje Mäuschen; Schnuckelchen
snoezepoes Mäuschen; Schnuckelchen

Wiktionary: Mäuschen

Mäuschen
noun
  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord muis