Overzicht
Duits naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. Nickerchen:
  2. Wiktionary:


Duits

Uitgebreide vertaling voor Nickerchen (Duits) in het Nederlands

Nickerchen:

Nickerchen [das ~] zelfstandig naamwoord

  1. Nickerchen (Halbschlaf)
    de soes
    • soes [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
  2. Nickerchen (Schläfchen)
    het dutje; het tukje; het uiltje
    • dutje [het ~] zelfstandig naamwoord
    • tukje [het ~] zelfstandig naamwoord
    • uiltje [het ~] zelfstandig naamwoord
  3. Nickerchen (Mittagsruhe; Siesta; Schläfchen)
    de siësta; het middagdutje; het middagslaapje
  4. Nickerchen
    het hazenslaapje; de hazenslaap
  5. Nickerchen
    de dommel
    • dommel [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
  6. Nickerchen (Dösen; Schläfchen)
    het dutten; gedut
    • dutten [het ~] zelfstandig naamwoord
    • gedut [znw.] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor Nickerchen:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
dommel Nickerchen
dutje Nickerchen; Schläfchen
dutten Dösen; Nickerchen; Schläfchen
gedut Dösen; Nickerchen; Schläfchen
hazenslaap Nickerchen
hazenslaapje Nickerchen
middagdutje Mittagsruhe; Nickerchen; Schläfchen; Siesta Mittagsschläfchen
middagslaapje Mittagsruhe; Nickerchen; Schläfchen; Siesta
siësta Mittagsruhe; Nickerchen; Schläfchen; Siesta
soes Halbschlaf; Nickerchen
tukje Nickerchen; Schläfchen
uiltje Nickerchen; Schläfchen
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
dutten dösen; ein Nickerchen machen; einNickerchenmachen; schlummern

Synoniemen voor "Nickerchen":


Wiktionary: Nickerchen


Cross Translation:
FromToVia
Nickerchen dutje nap — a short period of sleep, especially during the day

Computer vertaling door derden:

Verwante vertalingen van Nickerchen