Overzicht
Duits naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. Pustel:
  2. Wiktionary:


Duits

Uitgebreide vertaling voor Pustel (Duits) in het Nederlands

Pustel:

Pustel [der ~] zelfstandig naamwoord

  1. der Pustel (Pickel)
    de pukkel; de puist
    • pukkel [de ~] zelfstandig naamwoord
    • puist [de ~] zelfstandig naamwoord

Pustel [die ~] zelfstandig naamwoord

  1. die Pustel (Pickel; Finne)
    de steenpuist; het puistje; de pukkel; het bultje; het bobbeltje
    • steenpuist [de ~] zelfstandig naamwoord
    • puistje [het ~] zelfstandig naamwoord
    • pukkel [de ~] zelfstandig naamwoord
    • bultje [het ~] zelfstandig naamwoord
    • bobbeltje [het ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor Pustel:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
bobbeltje Finne; Pickel; Pustel
bultje Finne; Pickel; Pustel
puist Pickel; Pustel
puistje Finne; Pickel; Pustel
pukkel Finne; Pickel; Pustel Beule; Höcker; Schwellung; Wulst
steenpuist Finne; Pickel; Pustel Aufgedunsenheit; Aufgeschwollenheit; Beule; Blutgeschwür; Furunkel; Schwellung

Synoniemen voor "Pustel":


Wiktionary: Pustel


Cross Translation:
FromToVia
Pustel puistje; puist; pukkel; mee-eter bouton — Petite tumeur se formant sur la peau