Overzicht


Duits

Uitgebreide vertaling voor Schiffchen (Duits) in het Nederlands

Schiffchen:

Schiffchen [das ~] zelfstandig naamwoord

  1. Schiffchen (Schiffe; Kähne; Dampfer)
    de schepen; de boten; de schuiten; de schuitjes; de vaartuigen
    • schepen [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord, mv.
    • boten [de ~] zelfstandig naamwoord, mv.
    • schuiten [de ~] zelfstandig naamwoord, mv.
    • schuitjes [de ~] zelfstandig naamwoord, mv.
    • vaartuigen [de ~] zelfstandig naamwoord, mv.
  2. Schiffchen (Weberspule)
    de weefspoelen

Schiffchen [die ~] zelfstandig naamwoord

  1. die Schiffchen (Schiffe)
    bootjes; scheepjes; de schuitjes

Vertaal Matrix voor Schiffchen:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
bootjes Schiffchen; Schiffe
boten Dampfer; Kähne; Schiffchen; Schiffe
scheepjes Schiffchen; Schiffe
schepen Dampfer; Kähne; Schiffchen; Schiffe Laienrichter; Schöffe
schuiten Dampfer; Kähne; Schiffchen; Schiffe
schuitjes Dampfer; Kähne; Schiffchen; Schiffe
vaartuigen Dampfer; Kähne; Schiffchen; Schiffe
weefspoelen Schiffchen; Weberspule

Synoniemen voor "Schiffchen":