Overzicht
Duits naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. Steingut:
  2. Wiktionary:


Duits

Uitgebreide vertaling voor Steingut (Duits) in het Nederlands

Steingut:

Steingut [das ~] zelfstandig naamwoord

  1. Steingut (Keramik)
    het aardewerk
    – gebakken aarde of klei 1
    • aardewerk [het ~] zelfstandig naamwoord
      • dit servies is van aardewerk1
  2. Steingut (Keramik)
    de keramiek; aardewerkproduct
  3. Steingut (Keramik)
    de keramiek; pottenbakkerskunst
  4. Steingut
    het steengoed

Vertaal Matrix voor Steingut:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
aardewerk Keramik; Steingut
aardewerkproduct Keramik; Steingut
keramiek Keramik; Steingut Keramik
pottenbakkerskunst Keramik; Steingut
steengoed Steingut

Synoniemen voor "Steingut":

  • Irdenware
  • Keramik; Tonware; Töpferware

Wiktionary: Steingut

Steingut
noun
  1. aus Quarz, Ton und Feldspat bestehende, bei niedriger Hitze gebrannte, durchsichtig glasierte Tonwaren mit weißem, porösem Scherben für Geschirr, Fliesen, Waschtische, Badewannen und andere sanitäre Artikel
Steingut
noun
  1. gebakken vaatwerk en sierstukken, gevormd uit aarde, klei of leem. Keramiek

Cross Translation:
FromToVia
Steingut faience faience — type of tin-glazed earthenware ceramic