Overzicht
Duits naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. Stroh:
  2. Wiktionary:


Duits

Uitgebreide vertaling voor Stroh (Duits) in het Nederlands

Stroh:

Stroh [das ~] zelfstandig naamwoord

  1. Stroh (Strohhalm)
    het stro
    • stro [het ~] zelfstandig naamwoord
  2. Stroh (Strohhalm)
    het strootje; de strohalm
    • strootje [het ~] zelfstandig naamwoord
    • strohalm [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
  3. Stroh
    het kaf
    • kaf [het ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor Stroh:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
kaf Stroh
stro Stroh; Strohhalm
strohalm Stroh; Strohhalm
strootje Stroh; Strohhalm

Wiktionary: Stroh

Stroh
noun
  1. droge bloeistengels van graangewassen

Cross Translation:
FromToVia
Stroh stro straw — dried stalks considered collectively