Overzicht
Duits naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. Zielpunkt:


Duits

Uitgebreide vertaling voor Zielpunkt (Duits) in het Nederlands

Zielpunkt:

Zielpunkt [der ~] zelfstandig naamwoord

  1. der Zielpunkt (Zielscheibe; Ziel)
    het doel; het doelwit; het mikpunt
    • doel [het ~] zelfstandig naamwoord
    • doelwit [het ~] zelfstandig naamwoord
    • mikpunt [het ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor Zielpunkt:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
doel Ziel; Zielpunkt; Zielscheibe Anstreben; Anstrebung; Beabsichtigen; Bedeutung; Bestimmung; Bezwecken; Endziel; Endzweck; Erstreben; Reisebestimmung; Sinn; Ziel; Zielsetzung; Zielwert; Zweck
doelwit Ziel; Zielpunkt; Zielscheibe Absicht; Endziel; Tor bei einem Fußballspiel; Ziel; Zielscheibe; Zweck
mikpunt Ziel; Zielpunkt; Zielscheibe