Overzicht
Duits naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. antik:
  2. Wiktionary:


Duits

Uitgebreide vertaling voor antik (Duits) in het Nederlands

antik:

antik bijvoeglijk naamwoord

  1. antik (altertümlich)
    oude
    • oude bijvoeglijk naamwoord
  2. antik (altertümlich)
    antiek; oud; ouderwets

Vertaal Matrix voor antik:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
antiek Antiquitäten
Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
antiek altertümlich; antik
oud altertümlich; antik abgelebt; abgenutzt; alt; schal; veraltet; verschlissen
ouderwets altertümlich; antik altertümlich; altmodisch; altväterisch; unmodern; veraltet
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
oude altertümlich; antik

Synoniemen voor "antik":


Wiktionary: antik

antik
adjective
  1. oud, maar waardevol
  2. met betrekking tot de klassiek Grieks-Romeinse oudheid

Cross Translation:
FromToVia
antik oeroud; antiek ancient — having lasted from a remote period
antik antiek antique — old; out of date
antik aloud; antiek; ouderwets antiqueexister dans l’antiquité.